Voor de veldtoertocht van 11 november hadden zich 12 personen aangemeld. Op de bewuste dag kwam er echter nog een afzegging vanwege een knieblessure. Zodoende bleven er nog elf mannen over, die op d’n Elfde van d’n Elfde bij De Statie in Alphen van start gingen voor een veldtoertocht in de omgeving van die plaats. Drie keer 11. Het zou dus zomaar een zotte en dolle boel kunnen worden op de dag van het begin van het Carnavalsseizoen. Maar de deelnemers zijn bijna allemaal 70-plussers, die goed weten dat je tijdens de tocht geen gekke dingen moet doen, ook niet als er sprake is van enig carnavalsgekriebel in het bloed.
De vaart zit er meteen goed in en dat blijft, onder aanvoering van de oudste deelnemer van de groep (77 jaar), de hele dag zo.
De route gaat door de Hoevens, komt door het Ooievaarsnest, loopt langs Nieuwkerk en doorkruist de Regte Heide. Nu eens zijn er brede zandpaden, dan zandpaadjes en dan nog weer kleinere weggetjes. Soms liggen er zoveel bladeren, dat de ondergrond niet zichtbaar is, maar je vertrouwt erop dat er te fietsen valt.
We zitten trouwens niet steeds op de fiets. Op drie plekken staan we even stil.
Dat is bij het Pestkerkhof aan de Boslust. Dit kerkhof dateert van begin 17e eeuw en heeft alles te maken met de pest, die toen in Alphen huis hield.
We pauzeren en kijken rond op het schijnvliegveld De Kiek, dat de Duitsers in de oorlog aanlegden vlak bij de Oude Tilburgse Baan.
En dan is er nog het veldkapelletje aan de Chaamseweg. Dit werd in 1947 opgericht door de KAJ van Alphen en toegewijd aan Maria met als intentie: een veilige terugkeer van de Alphense jongemannen die als militair naar Indonesië gezonden werden.

Terug bij De Statie is er tijd voor de lunch met uitsmijters en kroketten. Er hangt een goede stemming en iedereen stelt zich in op deel 2 van de tocht, dat, zoals aangekondigd, meer van onze techniek zal vragen, dan het ochtendgedeelte.

Om 13.30 uur gaan we weer op pad. We fietsen door wijken met veel bungalows naar het natuurgebied ’t Zand. Er volgen vele smalle en kronkelige paadjes. Het is voortdurend opletten geblazen. Er zijn ook kleine steile heuveltjes, die je soms net wel en soms net niet haalt, bijv. vanwege het mulle zand of omdat een voorganger zich vast gereden heeft. Dan volgt een –veelal zachte – landing. Maar dat is eigen aan deze tak van sport. Maar zo’n steil bultje in één keer nemen, dat geeft al bij al toch een gevoel van voldoening. Dat is: kicken!!.
De grootste uitdaging doet zich voor bij de zogenaamde berenkuil. Enkele waaghalzen laten zich niet kennen en nemen dit obstakel enkele keren. De rest kijkt toe en vraagt zich af: zal ik het ook proberen of is het toch het verstandigste dit waagstuk maar te mijden.

Tegen 15.30 uur zit de tweede lus van 25 kilometer erop. We keren terug naar De Statie. Onderweg zien we nog een bord met de tekst: De Begaaiers. Daar wonen beslist liefhebbers van Carnaval. Wij laten ons het bier goed smaken en zwaaien Gerrit en de beide Jannen uitgebreid lof toe voor de door hen uitgezette fraaie routes. We zien uit naar het parcours in maart 2022.
.
John van Horen