Terwijl het voorjaar zich van zijn beste kant liet zien, bestegen 16 renners in Berkel- Enschot de fiets om een prachtige dag in het zo typisch Nederlandse rivierengebied te beleven. Zon, wind, witte wolken en begroeide groene dijken met geel koolzaad begeleidden het gezelschap. We verlieten het typische Brabantse zandlandschap via de Drunense Duinen om snel daarna in het grootschaliger rivierlandschap terecht te komen, het reisdoel van onze tocht. De renners konden steeds verder voor zich uit naar de lage horizon kijken. Iets oostelijker van Heusden kwamen we voor het eerst de Maas tegen. Al varende met het pontje bij Bern naar de overkant hoorde een enkeling wellicht de stem van Drs. P. “Heen en Weer, Heen en Weer” zingen.

Aan de overkant gekomen fietsten we slechts een klein stukje stroomopwaarts van de Maas. Niet iedereen zal beseft hebben dat we meteen daarna een waterstaatkundig historische plek befietsten. Want slechts enkele honderden meters vanaf de pont bereikten we de plek waar eind 19de eeuw, begin 20ste eeuw de Maas werd afgedamd. De bekende ir. Lely speelde hierbij ook een rol. Uw verslaggever kan het niet nalaten om dit bijzondere verhaal nog iets te verduidelijken. Al het water van de Maas liep vóór die afdamming naar Woudrichem om zich aldaar te voegen bij het water van de Waal. Al het overtollige water uit Frankrijk en België van de Maas EN het water uit Duitsland via de Waal verzamelden zich in het gebied rond Woudrichem en slot Loevestein. Grote wateroverlast was zeker in herfst en winter het gevolg. Om daar een eind aan te maken werd de Maas richting het noorden afgesloten en werd tegelijkertijd de Bergsche Maas gegraven. Pas in 1904 kwam aan dit gigantische werk een eind. Het Maaswater werd vanaf dat moment door de Bergsche Maas via Geertruidenberg en Amer, Hollands Diep en Haringvliet naar zee gebracht. En juist in dit bijzondere spel van waterlopen fietsten de 16 renners uit Berkel Enschot en omstreken deze dag rond. Alle hierboven beschreven waterstaatkundige elementen werden op die dag onder vrolijk gekout onder leiding van onze gids John van Horen aangedaan.

Als eerste werd de oostzijde van de nu bedwongen Maas over de oude dijken gevolgd. Maar iets voor Nederhemert werd deze historische tak verlaten en zetten we dwars door het vlakke rivierkleigebied koers richting een van de drukst bevaren rivieren van de wereld: de Waal. In de verte kon men al de bekende brug en de toren van Zaltbommel ontwaren. En bij de Waal aangekomen moest het veelkleurige peloton voor het eerst even uit het zadel om de steile helling naar de dijk te beklimmen. En vanaf dat punt namen de onderlinge gesprekken toe; de vriendelijke oostenwind blies namelijk heerlijk met kracht in de rug ons voorwaarts. Dus eenieder kreeg voldoende gelegenheid om te genieten van het prachtige uitzicht. Vanaf de kruin van de dijk zagen we duwboten, zwaarbeladen met steenkool, stroomopwaarts op het blauwe water zich richting Duitsland ploegen. Binnenvaartschepen voeren in de andere richting naar Rotterdam. De wielen, ontstaan door dijkdoorbraken, vertoonden zich in hun volle pracht met riet, waterplanten en allerlei soorten watervogels aan deze route. Halverwege deze prachtige en nog rustieke dijk werd er koffie gedronken. John van Horen was niet alleen een betrouwbare gids, maar bleek -tot onze verrassing- ons ook te vergasten op een flink stuk appeltaart. Gesterkt door koffie en koek werd onze tocht met volop enthousiasme langs de Waal voortgezet. Op het moment dat in de verte slot Loevestein zichtbaar werd, draaide het pelotonnetje zich van de Waaldijk af en reed door de Bommelerwaard om bij de Andelse sluis maar weer eens de al eerder beschreven Afgedamde Maas over te steken. Terwijl de lente nog steeds zijn uiterste best deed ons te vergezellen reden we door het pittoreske stadje Woudrichem. En weer fietsten we met de wind in de rug nog een stukje langs de Waal. Om de desoriëntatie nog wat groter te maken noemt men de Waal weer wat verderop Boven Merwede. Maar op dat moment hadden we de wind lang genoeg in de rug gehad en werd er koers gekozen dwars door het land van Altena naar Wijk en Aalburg aan ……….alweer de Afgedamde Maas. Die ontmoetten we die dag al eerder, maar dan aan de overkant. Daar deden we ons tegoed aan een smakelijke lunch om gesterkt door wat extra calorieën bij de brug bij Heusden weer eens de Bergsche Maas over te steken. En weer was het door de oostenwind een feest eerst in westelijke richting te rijden. Wellicht kwam bij het industrieterrein boven Waalwijk bij velen toch ook de gedachte op dat Brabant niet altijd en overal mooi is. De moderne tijd met al zijn haastige onrust om toch snel veel zaken thuisbezorgd te krijgen, wiste even de vreugde van het genieten van de natuur uit. Maar gelukkig enkele kilometers later reden we dwars door de vertrouwde Loonse en Drunense Duinen op onze eindbestemming aan. En daar werd op het terras onder het genot van een glas de tocht nabesproken, maar vooral werd onze voortreffelijke gids John van Horen met hulde en dank overladen.

Bert Kaptijn

Citaat:
“Er waren oneindig veel mogelijkheden
een landschap met een rivier te zijn
Er is gekozen voor deze ene en deze is goed.”

Uit: Rutger Kopland, Verzamelde gedichten.